Genderdysforie: wat houdt het in?

Je man of vrouw voelen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Voel jij je niet thuis bij het geslacht waarmee je geboren bent? Voel je je vaak een vreemde in je eigen lichaam? Dan kan het zijn dat er bij jou sprake is van genderdysforie. 

Wat is genderdysforie?

Genderdysforie houdt in dat je een sterk gevoel van onvrede of walging ervaart, omdat je het gevoel hebt dat jouw biologische geslacht niet overeenkomt met jouw genderidentiteit. Je kunt daarbij de wens hebben om lichamelijke aanpassingen te maken, zoals bijvoorbeeld het verwijderen of juist krijgen van borsten. Genderdysforie is géén geestesziekte, maar kan wel leiden tot psychische problemen. Het gevoel kan namelijk zó intens zijn, dat het kan leiden tot o.a. depressieve gevoelens en angstklachten.

Wat is genderidentiteit?

Met de term genderidentiteit verwijzen we naar ons gevoel van wie we zijn en hoe we onszelf zien en beschrijven. De meeste mensen identificeren zichzelf als ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’, ook wel ‘binaire identiteiten’ genoemd. Hierbij gaat het om mensen wiens biologische kenmerken passen bij hun genderidentiteit. Maar er zijn dus ook mensen die ‘van oorsprong’ mannelijk of vrouwelijk zijn, maar zich daar niet mee kunnen identificeren. Je kunt dan van buiten bijvoorbeeld wel mannelijke geslachtsdelen en gezichtshaar hebben, maar je van binnen juist als vrouw voelen. Sommige mensen voelen zich zowel man als vrouw,  iets er tussenin of geen van beide.  De mate waarin iemand genderdysforie ervaart, kan sterk verschillen en het kan ook verschillende vormen hebben:

Transgenderisme – sommige mensen voelen zich zowel man als vrouw en zijn ontevreden met het geslacht dat ze hebben en de rol die daarbij hoort. Ze hebben de wens om (gedeeltelijk) tot het andere geslacht te horen en zo te leven, maar er is geen wens tot een volledige geslachtsaanpassing.

De term transgenderisme heeft in het Nederlandse taalgebied betrekking op mannen die (gedeeltelijk) als vrouw leven en vrouwen die (gedeeltelijk) als man leven, zonder een volledige geslachtsaanpassing te willen ondergaan. In het Engels heeft de term ‘transgenderism’ betrekking op alle verschijnselen, waarbij je geheel of gedeeltelijk de rol van het andere geslacht aanneemt.

Transseksualiteit – wanneer er wel een wens bestaat tot volledige geslachtsaanpassing, spreken we van transseksualiteit.

Travestiesoms heeft iemand alleen de wens zich te kleden als het andere geslacht, terwijl het gevoel zowel man als vrouw te zijn ontbreekt. In dat geval spreken we van travestie.

Genderdysforie en genderidentiteit

In veel gevallen hebben mensen met genderdysforie het sterke en blijvende verlangen om een leven te leiden dat past bij hun genderidentiteit. Dit kun je doen door specifieke kleding en/of make-up te dragen, of door je gedrag aan te passen. Maar in sommige gevallen willen mensen met genderdysforie graag hormonen slikken en/of een operatie ondergaan, om dat ‘gat’ tussen hun biologische geslacht en genderidentiteit zo klein mogelijk te maken.

Geslachtsaanpassing

Sinds 1975 bestaat in Nederland voor transseksuelen de mogelijkheid om een gehele of gedeeltelijke lichamelijke geslachtsaanpassende behandeling (transitie) te laten uitvoeren. Dit wordt gecoördineerd en uitgevoerd door een ‘genderteam’ van een ziekenhuis. Zij bieden een traject dat bestaat uit diagnostiek, begeleiding en medische behandeling. Meestal doorloop je eerst een uitgebreid diagnostisch traject bij een gespecialiseerde psycholoog of psychiater. Als het nodig is, kunnen een hormoonbehandeling en geslachtsaanpassende chirurgie worden uitgevoerd.

Onderzoek laat zien dat transseksuelen die een geslachtsaanpassende hormoonbehandeling of chirurgische behandeling hebben ondergaan, een verbeterde kwaliteit van leven en een afname van psychische klachten ervaren. Na de transitie is er vaak nog wel behoefte aan nazorg, omdat met de lichamelijke transitie het verhaal van integratie in de maatschappij als man of vrouw nog niet klaar is.

Wat zijn de gevolgen van genderdysforie?

Veel mensen met genderdysforie worstelen al vanaf hun vroege jeugd met hun genderidentiteit. Het opgroeien met genderdysforie kan een grote belemmering zijn in je ontwikkeling. Als je het gevoel hebt dat je niet past in de standaard tweedeling man-vrouw, kan dat leiden tot gevoelens van vervreemding, problemen met de ontwikkeling van je identiteit en emoties en je gevoel van eigenwaarde.

Identiteitsverwarring en negatief zelfbeeld

De meeste mensen identificeren zichzelf als ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’, ook wel ‘binaire identiteiten’ genoemd. Als je voor je gevoel niet past in deze tweedeling, kan dat gevoelens van verwarring geven over je eigen identiteit. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen ‘wie ben ik?’, ‘wat ben ik?’, ‘wat betekenen mijn verlangens en gedrag?’ en ‘hoe moet ik verder?’. Veel mensen met genderdysforie hebben een afkeer van hun eigen lichaam en een laag gevoel van eigenwaarde.

Stigma, uitsluiting en eenzaamheid

Mensen met genderdysforie worden vaak geconfronteerd met discriminerende reacties, uitsluiting of pestgedrag. Ze gaan daardoor sociaal contact uit de weg en komen in een sociaal isolement terecht. Tweederde van de Nederlandse transgenders geeft aan dat ze eenzaam zijn, vergeleken met een derde van de algemene Nederlandse populatie.

Psychische problemen

Genderdysforie staat meestal niet op zichzelf. Het aantal mensen met genderdysforie dat daarnaast ook psychische problemen heeft zoals depressie en angst, is dan ook groot. Ongeveer de helft van de transgenders in Nederland heeft psychische problemen, vergeleken met 14% van de algemene bevolking. Maar liefst twee derde van hen heeft ooit zelfmoord overwogen, en 21% heeft ooit een zelfmoordpoging gedaan – dit is tien keer zo veel als in de algemene bevolking. Ook zelfbeschadiging, middelenmisbruik of lichamelijke verwaarlozing komen voor. Autisme komt zes keer vaker voor dan bij de algemene bevolking.

Gevolgen voor de naaste omgeving

Ook voor de partner, familieleden of vrienden van mensen met genderdysforie kunnen de gevolgen ingrijpend zijn. Zij kunnen verrast worden door de ‘nieuwe’ identiteit en gevoelens van onbegrip, boosheid of rouw ervaren. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan in het gezin, de familie of relatie.

Wat kun je zelf doen?

Wanneer je worstelt met genderdysforie kan dat zwaar zijn. Je kunt je onbegrepen, anders of alleen voelen of het gevoel hebben dat je nergens bijhoort. Daarom hebben wij een aantal tips voor je verzameld die het hopelijk wat makkelijker voor je maken:

  1. Praat erover met naasten 

Deel je gevoelens met mensen die je vertrouwt. Dit kan spannend zijn, maar het kan ook erg opluchten om je gevoelens en gedachten met iemand te delen.

  1. Lotgenotencontact en internet forums

Het kan je helpen om ook met mensen te praten die soortgelijke gevoelens en gedachten hebben. Je kunt informatie uitwisselen en elkaar steunen in het proces. Wie weet houd je er leuke blijvende sociale contacten aan over! Wil je liever eerst praten met iemand die je niet kent? Kijk dan op Genderpraatjes.nl. Hier kun je chatten of bellen met vrijwilligers.

  1. Dagboek

Een dagboek bijhouden kan helpen om je gedachten en gevoelens van je af te schrijven en beter op een rijtje te krijgen. Je kunt door het bijhouden van een dagboek achteraf ook beter de psychologische ontwikkeling terugzien die je hebt doorgemaakt.

  1. Neem de tijd

Neem geen overhaaste beslissingen over jouw proces en hoe jij je leven wilt leven. Het is belangrijk om de tijd te nemen om jouw genderidentiteit uit te zoeken en de manier waarop je daar uiting aan wilt geven.

Heb jij nog tips of andere aanvullingen op basis van dit artikel? Laat het ons weten!

Privé delen
Publiek delen